Teksten - Het dialect: VLAAMSCHE GEZEGDEN
Vlaamsche gezegden:
Als het paard geen haver lust, dat het dan mijn kloten kust
Als de haan 's nachts lustig kraait, wordt zijn bakkes dichtgenaaid
Als de hond naar varkens ruikt, heeft hij vast een zeug misbruikt
Als het hooi is in de schuur, zit het wijf bij de gebuur
Wie zijn haar soigneert met stront, is waarschijnlijk donkerblond
Wat baten condoom en pil als de griet niet neuken wil.
Wat baten aars en bil, als het wijf langs voren wil.
Wat baten borst en bil als de lul niet stijven wil.
Hoe meer zielen, hoe meer Chrysanten.
Met de hoed in de hand, schijnt de zon in je ogen.
Als het kalf verdronken is, heeft de koe verdriet.
Wie een put graaft voor een ander, heeft goed gewerkt.
Beter een gat in mijn broek, dan een broek in mijn gat!
Wie het laatst lacht, heeft de mop niet begrepen
Tot slot nog een Weerspreuk:
Zit je haar vol lauwe sneeuw, dan ben je net bescheten door een meeuw.